donderdag 13 augustus 2015

Entry 7: Pai

Pai, een dorpje in het noorden van Thailand, waar iedereen helemaal lyrisch over is. Spicy Pai, het hostel van Pai waar iedereen helemaal lyrisch over is. Met andere woorden, ik was een beetje bang dat mijn verwachtingen te hooggespannen zouden zijn.
Het hostel was een stukje lopen vanaf het dorpje, eenmaal daar aangekomen snapte ik meteen de buzz. Spicy Pai is een 'gebouw' van hout en bamboe tussen de rijstvelden. Je slaapt er op je eigen plateautje onder een klamboe. 



Ik was nog geen 5 minuten binnen toen ik bekenden uit Krabi ao nang tegen kwam. Via hun leerde ik Will, George (beiden uit Engeland) en Claudia (NL) kennen en dat was het groepje waarmee ik voornamelijk heb opgetrokken in Pai.
Zoals ik al wist, is Pai dé plek van de scooterongelukken. Overal lopen mensen met bandages. Waarom? Omdat elke beginner daar voor het eerst scooter rijdt, omdat er nagenoeg geen auto's rijden. Met zoveel beginners, haarspeldbochten en regen is het dus onvermijdelijk.
Natuurlijk mocht ik me ook tot de beginners rekenen, maar tot mn grote geluk ging scooter rijden voor mij heel soepel, ik vond het echt heeeerlijk om door de bergen daar te cruisen en na mn fietsvakantie in Ierland was links rijden ook geen probleem. Na onze vrij moeilijke tocht naar de waterval was ik behoorlijk zeker van mezelf. Te vroeg gejuicht natuurlijk. Die avond stond ik in het dorpje te wachten tot ik de hoek om kon, toen een auto me voor liet. Het had net geregend en ik geloof dat ik nog geen 5cm vooruit was gekomen, toen mn scooter onder me vandaan weg schoof.
...
"Really? Ik ben echt te lomp om te mogen bestaan"

.....
 
Dat waren ongeveer mijn gedachten. Goed, scooter oké en ik zat in het restaurant lekker grint uit mn knie te plukken en mezelf te first aiden met de spullen die de restauranteigenaar voor me was gaan halen, de schat.
Ik had mezelf verdoemd tot minstens een week niet zwemmen en iedereens vragende blik beantwoorden met 'scooter, wasn't even properly driving, really lame, still have to come up with a cool war story for it'
Maar goed, ik mag niet klagen mijn 'wonden' waren zo oppervlakkig dat ik in NL niet eens de moeite zou hebben genomen om er een pleister op te plakken, maar ja, Thailand hè, je wil geen infecties. (Echt waar liefjes, intussen heb ik alleen nog maar een korstje op m'n rechterknie, als het ernstig was had ik het niet eens in mn blog durven zeggen ghehe). Ik werd vervolgens wel plaatselijk excuus om niet naar de dokterspost te gaan, omdat ik "ook zo fancy kon verbinden". Niet dat ik dat erg vond, looove met verbandjes spelen.

Oh jaaa! op de tocht terug vanaf de waterval hebben we de 'landsplit' bezocht. Een kloof, veroorzaakt door twee aardbevingen. Ik kreeg direct Platvoet I nachtmerries.






De volgende dag gingen we naar de 'lod caves', twee uur rijden. Basically een berg op met haarspeldbochten die soms bijna te steil waren voor je scootermotortje en daarna weer omlaag. Dit was echt een leuke tocht. De grotten waren ook erg leuk, met een bamboevlot(je) ging je naar binnen, daarna praktisch tussen de vleermuizen lopen, zonder wandelpaden, dus dat was awesome!







Eerst nog even de White Budda bezoeken
De tocht terug was minder awesome. Toen we net de berg op waren gaan rijden, begon het met hozen - en om een of andere reden was bijna iedereen zn poncho vergeten. Bedenk even blote armen, een shirtje dat in no time doorweekt was, geen zon en wind door het rijden op de scooter. De juiste ingrediënten voor doodvriezen in een land waar normaliter chocola buiten eten geen optie is door de warmte. Eenmaal boven op de berg kwamen we bijna niet van onze scooters af zo koud hadden we het. Nadat we ons in 3 vuilniszakken en een halve poncho hadden gewikkeld zijn we aan de afdaling begonnen en zijn we direct onder een hete douche gesprongen (ook gelijk de eerste keer dat ik de thermostaat heb gebruikt in Thailand).



Die avond kwam ik nog wat boys van Jorn zn groep tegen in Pai, intens emotionele wederontmoeting natuurlijk.
Een bezoekje aan Thailand is natuurlijk niet compleet zonder olifanten. Ik had alleen al een boel dubbele verhalen gehoord, dus ik besloot naar een van de betere kampen te gaan om het zelf te zien. Bij aankomst kwam ik al snel tot de conclusie dat de hele olifantenindustrie waarbij er op ze gereden wordt, verwerpelijk is. Dit kamp was 'beter' omdat ze de olifanten lieten berijden zonder zadel en door maximaal twee personen tegelijk. Om de olifant commando's te geven liep er echter nog steeds een mahout mee die met een haak achter de oren van z'n olifant begon te porren om iets voor elkaar te krijgen.
De olifanten die nog op stal stonden stonden gedachtenloos van het ene op het andere been te wiegen. Eentje reageerde niet eens op de banaantjes die hij gevoerd kreeg. Hier was niks terug te zien van intelligente dieren, hier stonden machines.
Om de toeristen een fijn gevoel te geven over wat ze zien, stond er een bord over de olifanten: 'als de olifanten van hun ene naar hun andere been staan te wiegen is het een 'happy elephant''. Het moge duidelijk zijn dat dit bij elk dier (zelfs de mens) overduidelijke tekens zijn van frustratie en stress.
Daarmee besloten we hier niet een olifantenactiviteit te doen. Er zijn nl ook echte sanctuaries waar de olifanten los lopen, waar je als toerist alleen mee gaat voeren en olifanten wassen.
  
Vervolgens zijn we naar de Pai canyon gescooterd in de regen. Daar kwam ik ineens een heel bekend plekje tegen:







Na nog een mooi laatste feestje moest ik afscheid gaan nemen van deze gekkies. Op naar Laos!


Geen opmerkingen:

Een reactie posten